HOME     SCHAAKRECHT     PIETER DE GROOT
WAARDEN EN NORMEN, HOOFDSTUK 3
Model gedragscodes

Inleiding

De afgelopen jaren hebben veel organisaties een model gedragscodes opgesteld. In dit hoofdstuk geef ik:
1. de Model gedragscode van de KNSB
2. de Model gedragscode NOC*NSF
3. het Belgische charter van sportiviteit: fair play

Het bijzondere van het model van NOC*NSF is dat niet eenzijdig naar de sporter wordt gekeken, maar dat de gedragsnormen breder zijn geformu-
leerd. Ze zijn bestemd voor sporters, ouders en verzorgers, trainers, be-
stuurders, scheidsrechters/officials, toeschouwers en de media.

In hoofdstuk 3 geef ik een vertaling van de Ethische Code van de FIDE. Zij is een soort gedragsnorm. Die code gaat over meer dan alleen de schakers, zij geldt ook voor organisatoren, scheidsrechters e.a.

De KNSB hanteert een model-fatsoensregel die alleen geldt voor schakers.

Elke vereniging kan aan de hand van de modellen zelf een code nader in-
vullen en uitbreiden die tegemoet komt aan de eigen plaatselijke situatie, behoefte. Bij het opstellen daarvan kan een vereniging gebruik maken van verschillende modelcodes. Op internet kan men meer gedragscodes aan-
treffen.

Artikel 12.1 van de FIDE-regels luidt: 'De spelers dienen zich te onthouden van handelingen waardoor het schaakspel in diskrediet wordt gebracht.' De term 'diskrediet' is een vaag begrip. Dat begrip kan in een gedragscode nader worden ingevuld. Hetzelfde geldt voor artikel 13.2 waarin staat dat de scheidsrechter 'moet zorgen voor goede speelomstandigheden en dat de spelers niet worden gehinderd'.

Indien iemand een bepaling in een gedragscode overtreedt is dat ook een schending van artikel 12.1 of 13.2. Op grond van artikel 13.4 kan daarvoor een straf worden gegeven. Dan wel kan men een speler, bestuurder, scheidsrechter erop aanspreken, zonder als bijbedoeling hem of haar te straffen. Opdat een storend gedrag wordt gecorrigeerd.


1. Model gedragscode van de KNSB

Op de website van de KNSB staan onder het kopje 'regels voor gedrag en schaken' de volgende model-fatsoensregels. Het is de bedoeling dat de schaakverenigingen die onder de aandacht brengen van hun leden.
De fatsoensregels luiden:
- Geef je tegenstander voor en na de partij een hand;
- Je bemoeit je nooit met partijen van anderen;
- Ga netjes met het materiaal (stukken, klokken, etc.) om;
- Zet na afloop van de partij de stukken netjes in de beginstand
   (is het spel compleet?);
- Ruim op het eind van de clubavond jouw materiaal weer op;
- Bezorg anderen geen overlast bij het analyseren
   (analyseer in een andere ruimte);
- Wees zo stil mogelijk tijdens de competitie (hooguit alleen fluisteren);
- Zorg dat je op tijd op de clubavond of bij wedstrijden aanwezig bent;
- Meld je op tijd af als je een keer niet kan komen schaken;
- Respecteer de mening van anderen!;
- Uitlachen en vervelende dingen zeggen is iets voor domme kinderen;
- Pesten, uitdagen, slaan en dergelijke is uit den boze op de club;
- Blijf van de eigendommen van anderen af;
- GSM's moeten uitgezet worden op de schaakclub;
- Gedraag je je als een goed clublid: gezellig, sociaal en sportief!


top  


2. Model gedragscode NOC*NSF

De onderstaande gedragsregels staan op de site 'sport.nl' waar meer interessante informatie te vinden is.
Gedragscodes  

Gedragscodes

Eén van de beleidsmethodes om ongewenst gedrag te beperken is het op-
stellen van gedragscodes bij uw vereniging. Gedragscodes zijn regels die vaak binnen de vereniging als ongeschreven regels worden gehanteerd. Deze ongeschreven regels worden in codes vastgelegd.

Door aan uw mensen binnen de vereniging duidelijk te maken welke nor-
men (regels) er gelden, maak je ook meteen duidelijk dat bepaald gedrag gewenst of niet gewenst is. Voor elke doelgroep kunnen normen worden opgesteld, waaraan ze zich moet houden. Deze moeten voor iedereen helder zijn.

Als het goed is moet iedere nieuwkomer van deze gedragscodes op de hoogte worden gesteld, zodat iedereen er naar kan worden verwezen en erop kan worden aangesproken.

Het opstellen van gedragscodes moet voor uw vereniging zo gemakkelijk mogelijk zijn. Vandaar dat u hieronder voorbeelden ziet van gedragscodes per doelgroep. Zij kunnen aan uw verenigingssituatie kunnen worden aan-
gepast.

Daarna moet uw vereniging ervoor zorgen dat iedereen zich daadwerkelijk aan de gedragscodes houdt, maar hoe zorg je daarvoor? Hiervoor zou een plan moeten worden opgesteld. Een plan waarin de gedragscodes staan ver-
meld, waarin staat hoe de gedragscodes bekend worden gemaakt en hoe er gebruik van gemaakt wordt. Krijgt iedereen in de club de gedragscodes op papier persoonlijk overhandigd of worden ze bijvoorbeeld opgehangen in de kantine? Wie houdt bijvoorbeeld in de gaten of de mensen de regels nale-
ven? Wie doet wat als iemand van de gedragscodes afwijkt?

De antwoorden op deze vragen zullen in ieder geval in het plan moeten wor-
den opgenomen. Naast het beschrijven van de invoering van de gedragsco-
des zal voor de toepassing van de gedragscodes draagvlak gecreëerd moe-
ten worden. Hoe kun je er als vereniging voor zorgen dat clubleden achter het idee staan? Moeten nieuwkomers bijvoorbeeld een handtekening zetten, zodat de afspraken worden vastgelegd? Voor het slagen van deze beleids-
methode moeten al deze punten helder worden omschreven.


Algemene gedragscodes

Er zijn normen die voor iedereen gelden. Zij zijn:
1. Respecteer de regels van je sport;
2. Respecteer de mede- en tegenstander binnen je sport;
3. Behandel alle deelnemers in je sport gelijkwaardig;
4. Gebruik geen (fysiek-, mentaal- en verbaal) geweld bij sport;
5. Samen staan voor een faire sport.


Specifieke gedragscodes

Sommige gedragscodes gelden in meer of mindere mate voor bepaalde doelgroepen. Voor ouders gelden bijvoorbeeld andere regels dan voor de jeugdleden zelf. Hierdoor krijgt elke groep eigen verantwoordelijkheden en daar kunnen ze ook op worden aangesproken.

Sporters

1. Probeer te winnen met respect voor jezelf, je teamgenoten en je tegen-
standers.
2. Speel volgens de bekende of afgesproken wedstrijdregels.
3. Vind eerlijk en prettig spelen belangrijk en presteer zo goed mogelijk.
4. Aanvaard de beslissingen van scheidsrechters en juryleden. Als zij niet voor hun taak geschikt blijken te zijn, bespreek dat dan later, niet alleen met je eigen teamleden, en probeer er verbetering in te brengen.
5. Be´nvloed de scheidsrechter en juryleden niet door onbehoorlijke taal of agressieve gebaren en woorden.
6. Blijf bescheiden bij een overwinning en laat je niet ontmoedigen door een nederlaag.
7. Wens de tegenstander geluk met het behaalde succes als je zelf de ver-
liezer bent.
8. Onsportiviteit van de tegenstander is nooit een reden om zelf onsportief te zijn of de club aan te moedigen ook onsportief te spelen of op te treden.
9. Wijs je medespelers gerust op onsportief of onplezierig gedrag.
10. Heb de moed om je eigen fouten of tekortkomingen met anderen te bespreken, bijvoorbeeld met je trainer, je leider, je teamgenoten of je ouders.
11. Respecteer het werk van al die mensen die ervoor zorgen dat in je sport mogelijkheden bestaan te trainen en wedstrijden te spelen. Dit is namelijk niet zo vanzelfsprekend.

Ouders en verzorgers

1. Forceer een kind dat geen interesse toont nooit om deel te nemen aan een sport.
2. Bedenk dat kinderen sporten voor hun plezier en niet voor het uwe.
3. Moedig uw kind altijd aan om volgens de regels te spelen. Regels die een goede spelleider zal aanpassen aan de mogelijkheden van de deelnemers.
4. Leer uw kind dat eerlijke pogingen net zo belangrijk zijn als winnen, zo-
dat het resultaat van elke wedstrijd geaccepteerd wordt zonder onnodige teleurstelling.
5. Verander een nederlaag in een overwinning door uw kind te helpen te werken aan een grotere vaardigheid en het worden van een goede sport-
man/vrouw. Maak het kind nooit belachelijk en geef het geen uitbrander als het een fout heeft gemaakt of een wedstrijd heeft verloren.
6. Bedenk dat kinderen het beste leren door na te doen. Applaudisseer voor goed spel van beide teams.
7. Val een beslissing van een scheidsrechter e.d. niet in het openbaar af en trek nooit de integriteit van dergelijke personen in twijfel.
8. Ondersteun alle pogingen om verbaal en fysiek misbruik tijdens sport-
activiteiten door de jeugd te voorkomen.
9. Erken de waarde en het belang van vrijwillige trainers. Zij geven hun tijd en kennis om het sporten/de recreatie van uw kind mogelijk te maken.

Trainers

1. Wees redelijk in uw eisen ten aanzien van de tijd, de energie en het enthousiasme van jeugdige spelers. Bedenk dat jongeren ook andere interesses hebben.
2. Leer uw spelers dat de spelregels afspraken zijn waar niemand zich aan mag onttrekken.
3. Deel daar waar mogelijk is de kinderen in volgens leeftijd, lengte, vaar-
digheid en fysieke gesteldheid.
4. Vermijd dat getalenteerde spelers te veel in het veld staan. De minder goede spelers hebben zeker evenveel speeltijd nodig en hebben daar ook recht op.
5. Bedenk dat kinderen voor hun plezier spelen en iets willen leren. Winnen is slechts een onderdeel van het spel. Verliezen trouwens ook.
6. Schreeuw niet en maak de kinderen nooit belachelijk als zij fouten maken of een wedstrijd verliezen.
7. Zorg ervoor dat het materiaal voldoet aan de veiligheidseisen en geschikt is voor de leeftijd en de vaardigheid van de jongeren.
8. Bij het indelen en het bepalen van de duur van de trainingstijden dient men rekening te houden met de mate waarin de kinderen volwassen zijn.
9. Ontwikkel teamrespect voor de vaardigheid van de tegenstander en voor de beslissingen van de scheidsrechter en voor de trainer van de tegen-
stander.
10. Volg het advies op van een arts bij het bepalen of een geblesseerde speler wel of niet kan spelen.
11. Kinderen hebben een trainer nodig die zij respecteren. Wees gul met lof wanneer het verdiend is.
12. Blijf op de hoogte van de beginselen van goede training en van groei en ontwikkeling van kinderen.


top  


Bestuurders

1. Zorg ervoor dat er gelijke mogelijkheden voor deelname in de sport bestaan voor alle jongeren ongeacht hun vaardigheid, geslacht, leeftijd of handicap.
2. Betrek de jongeren in planning, leiding en de evaluatie van alle activi-
teiten.
3. Sta niet toe dat welk sportprogramma dan ook primair voor de toeschou-
wers wordt gemaakt. 4. Toestellen en voorzieningen moeten voldoen aan de veiligheidseisen en geschikt zijn voor alle jongeren.
5. Bij de wedstrijdbepalingen en de duur van de wedstrijden dient rekening te zijn gehouden met de leeftijd en mate van volwassenheid van de jonge-
ren.
6. Denk eraan dat het spel gespeeld wordt om het spel en de oefening wordt gedaan om de beheersing van de beweging. Zorg ervoor dat de beloning niet als het belangrijkst wordt gezien. Wèl als u gul bent met lof voor inzet en prestatie.
7. Distribueer een gedragscode m.b.t. sportiviteit onder de toeschouwers, trainers, spelers, officials, ouders en nieuwsmedia.
8. Zorg ervoor dat ouders, trainers, sponsors, artsen en deelnemers zich bewust zijn van hun invloed en verantwoordelijkheid m.b.t. fair play in sport en spel.
9. Zorg ervoor dat er goed toezicht van gediplomeerde en ervaren trainers en officials is, die in staat zijn sportiviteit en goede technische vaardigheden te bevorderen.
10. Bied korte cursussen (clinics) aan om het trainen voor en het leiden van een wedstrijd te verbeteren met de nadruk op sportiviteit, voor, tijdens en na de wedstrijd.

Scheidsrechters/Officials

1. Pas de regels aan het niveau van de spelers aan.
2. Gebruik uw gezond verstand om ervoor te zorgen dat het plezier van de jeugd in het spel niet verloren gaat door te veel ingrijpen.
3. Geen woorden maar daden. Zorg ervoor dat zowel in als buiten het speelveld uw gedrag sportief is.
4. Geef daar waar het verdiend is beide teams een compliment voor hun goede spel.
5. Wees beslist, objectief en beleefd bij het constateren van fouten.
6. Beoordeel opzettelijk, goed getimed ? foul play? als onsportief, waardoor het respect voor eerlijk spel handhaaft.
7. Moedig verandering van de regels openlijk aan als deze veranderingen tot bevordering van de deelname 'tot plezier ende vermaeck' leiden.
8. Zorg ervoor dat u op de hoogte bent en blijft van training en groei en ontwikkeling van jongeren.

Toeschouwers

1. Denk eraan dat de jeugd voor haar eigen plezier deelneemt aan georga-
niseerde sportbeoefening. De jeugd doet dit niet voor uw vermaak, noch zijn de sporters miniprofsporters.
2. Gedraag u op uw best. Vermijd het gebruik van grove taal en het beledi-
gen of belagen van spelers, trainers, scheidsrechters en officials.
3. Geef applaus bij goed spel van zowel uw eigen team als van het gastteam of andere deelnemers aan een wedstrijd.
4. Toon respect voor tegenstanders/tegenspelers. Zonder hen zou er geen wedstrijd zijn.
5. Maak een kind nooit belachelijk en scheld het niet uit als het een fout maakt gedurende een wedstrijd of demonstratie.
6. Veroordeel elk gebruik van geweld.
7. Respecteer de beslissing van de scheidsrechter en jury.
8. Moedig de jongeren altijd aan om zich aan de spel-/wedstrijdbepalingen te houden.
9. Zorg ervoor dat uw gedrag sportief is. Goed voorbeeld doet goed volgen.

De media

1. Begrijp dat kinderen geen mini-profs zijn. 2. Weet het verschil tussen de sportprogramma's voor volwassenen en voor jongeren.
3. Toon dat eerlijk spel door jongeren en eerlijke pogingen iets te presteren ook 'nieuws' en interessant voor de lezer kan zijn.
4. Weet het verschil tussen amateur- en professionele doelpunten en pres-
taties en zorg ervoor dat uw lezers dat ook weten: de professional probeert het publiek te vermaken en zijn geld te verdienen hetgeen vaak weerspie-
geld wordt in de vele momenten van onsportief gedrag.
5. Plaats op zichzelf staande onsportieve incidenten in de juiste context.
6. Maak de problemen van jongeren in de sport duidelijk. Rapporteer en publiceer na onderzoek er over als hun recht op deelname in het onderwijs in de schoolsport en in de georganiseerde sport met voeten wordt getreden.


3. Belgische charter van sportiviteit: fair play

De volgende gedragscode staat op een Belgische site.
Sportiviteit is:
- Sportiviteit, is in de eerste plaats en vˇˇr alles, de reglementen strikt naleven: nooit zoeken om vrijwillig een fout te maken.
- Sportiviteit, is de scheidsrechters respecteren. De aanwezigheid van scheidsrechters en officials is noodzakelijk gedurende de gehele competitie. Zij verdienen ten volle het respect van iedereen.
- Sportiviteit, is alle beslissingen van de scheidsrechters accepteren zonder de integriteit in twijfel te trekken.
- Sportiviteit, is een fout erkennen en aanvaarden zonder zich te willen wreken op tegenspelers.
- Sportiviteit, is bescheiden de overwinning aanvaarden zonder de tegen-
spelers belachelijk te maken.
- Sportiviteit, is weigeren te winnen door gebruik van illegale middelen en bedrog.
- Sportiviteit, is zich willen meten aan een tegenstander van gelijke kracht, is op zijn eigen talent vertrouwen om bij te dragen tot de overwinning.
- Sportiviteit, is de medespelers aanmoedigen zowel bij een goede zet als bij een vergissing.
- Sportiviteit, is zijn waardigheid behouden in alle omstandigheden: is tonen dat men meester is over zichzelf. Is weigeren dat fysiek of verbaal geweld de bovenhand neemt.


© 2007  Pieter de Groot

Wordt vervolgd

top  

vorig artikel schaakrechtVORIGE | VOLGENDEvolgend artikel schaakrecht
WAARDEN EN NORMEN
Artikelenreeks 'Waar-
den en normen' door Pieter de Groot.

Hoofdstuk 1  
Hoofdstuk 2  
Hoofdstuk 3  
Hoofdstuk 4  
Hoofdstuk 5  
Hoofdstuk 6  
Hoofdstuk 7  
Hoofdstuk 8  
Hoofdstuk 9  

WILT U REAGEREN?
Pieter de Groot stelt een inhoudelijk reactie op de schaakrechtartikelen zeer op prijs. Natuurlijk kunt u ook vragen stellen over de behandelde onderwerpen.

mailPieter de Groot