HOME     SCHAAKRECHT     PIETER DE GROOT
HET OVERSPELEN VAN EEN PARTIJ. DEEL 4
In Heerenveen wordt op 2 november 2009 in de promotieklasse van de Frie-
se schaakbond de wedstrijd Heerenveen 1 - F-Pion 1 (Harlingen/Franeker) gespeeld. Terwijl wit aan zet is, zegt zwart 'j'adoube' en zet zijn dame recht. Als vervolgens wit een zet heeft gedaan doet zwart een andere zet dan die met zijn dame. Wit eist dat zwart een zet doet met de dame. Een onbedui-
dend voorval is het begin van een juridisch drama.

De scheidsrechter kent niet de regel dat een speler die niet aan zet is moet zetten met het aangeraakte stuk, wint het advies in van een clubgenoot en beslist dat zwart moet zetten met de dame. Dat weigert zwart.

Het gevolg is dat de partij wordt gestaakt. De competitieleider beslist dat wit de partij reglementair heeft verloren. De commissie van beroep oordeelt dat de partij moet worden overgespeeld. Dat nu is echter in strijd met artikel 15, derde lid, van het FSB-competitiereglement. De dag daarop herstelt de com-
missie haar beslissing, en verklaart de uitslag van de partij ongeldig.

In deze zaak doen onder meer de volgende vraagstukken zich voor:
  • Het rechtzetten van een stuk door een speler die niet aan zet is.
  • De scheidsrechter heeft de FIDE-regels noch het competitieregle-
    ment bij zich. Hetzelfde geldt voor de ontvangende vereniging. Evenals de bezoekende vereniging
  • Scheidsrechter vraagt het advies in van een clubgenoot.
  • Het niet vermelden van de uitslag op het uitslagenformulier.
  • De mogelijkheid van mondeling bezwaar aantekenen op het uitslagenformulier.
  • De beslissing van de competitieleider, een reglementaire uitslag.
  • De aanvankelijke beslissing van de commissie van beroep: overspelen van de partij.
  • De vraag of een commissie van beroep terug kan komen op een beslissing door de uislag van de partij ongeldig te verklaren.
Deze punten behandel ik in deel 5 van het overspelen van de partij.


Overzicht van paragrafen:

11. De beslissing van de competitieleider van de FSB
12. Beslissing van de commissie van beroep van de FSB
13. Het herstelbesluit van de commissie van beroep



Heerenveen, het Den Haag van het Noorden, gemeenteplein,
links de Lindegracht en rechts Oenemastate.


top  


11. De beslissing van de competitieleider van de FSB

'Uitspraak inzake de wedstrijd Heerenveen - F-Pion (2 november 2009).

Over het protest om de partij aan het vierde bord van de wedstrijd Heeren-
veen - F-Pion door te laten spelen (in de tweede ronde van de promotie-
klasse), wil ik het volgende opmerken.

Ik heb kennis genomen van
  • Het protest van de teamcaptain van F-Pion 1, incl. een toelichting van de betrokken speler van F-Pion, als ook een toelichting van een spe-
    ler van F-Pion tevens een aandachtig toeschouwer van de partij. Het protest bereikte mij dinsdagavond, waarop ik de teamcaptain van F-Pion verzocht een volledig verslag te sturen.

  • Een toelichting van de wedstrijdleider.

  • Een toelichting van de betrokkene speler van Heerenveen, op mijn verzoek, heeft mij niet bereikt, echter ik dien een uitspraak te doen en kan dat ook op basis van de vermeldingen tot nu toe.
Het verloop van de gebeurtenis

De speler van F-Pion tipte op zeker ogenblik zijn dame om hem recht te zet-
ten met de woorden j'adoube. Hij deed dit in de bedenktijd van zijn tegen-
stander. Toen laatstgenoemde een zet had gedaan en de speler van F-Pion wilde zetten met een pion, claimde de tegenstander dat de dame gespeeld moest worden, omdat hij die had aangeraakt. De speler van F-Pion weigerde dit.

De wedstrijdleider, die er inmiddels was bijgehaald had geen pasklaar ant-
woord, maar drong er na overleg toch maar op aan. Een wedstrijdreglement was niet aanwezig, waardoor er verwarring ontstond over 'hoe nu te hande-
len'. In de ontstane consternatie werd niet verder gespeeld.

De teamcaptain van de bezoekende club heeft geen aantekening tot protest op het uitslagenbriefje ingevuld, doordat nog steeds geen uitslag was inge-
vuld en de wedstrijdleider niet zeker was, welke uitslag in te vullen.

Wel heeft hij mondeling laten weten protest aan te tekenen indien een uit-
slag van 4 - 4 zou worden ingevuld, welke uitslag na lang aarzelen werd ingevuld. De wedstrijdleider van Heerenveen heeft bij het mailen van de uitslagen aan de competitieleider van de FSB wel aangetekend dat de uit-
slag, 4 - 4, onder protest van F-Pion is.


Overwegingen

Heerenveen had een wedstrijdreglement (zowel FIDE, als ook het FSB com-
petitiereglement) aanwezig moeten hebben. Het had een hoop consternatie verholpen en een pasklaar antwoord voorhanden gehad.

De claim van de Heerenveen speler dat de dame gespeeld moest worden verwerp ik op basis van FIDE, art. 4.2. De speler van F-Pion was niet de aan 'zet zijnde speler' en had voorafgaand zelfs de 'toverspreuk' j'adoube ver-
meld. Dit wordt ook niet ontkend en tevens bevestigd door een eerder ge-
noemde speler/toeschouwer. Tevens is het aanraken van het stuk niet als storend ervaren, maar vervolgens gebruikt om te claimen, een onterechte claim, blijkt.

Dat een wedstrijdleider advies inwint bij zijn eigen clubgenoten is geen goed idee. In plaats daarvan had een reglement aanwezig moeten zijn (art. 13.1) en had hij vervolgens op eigen initiatief kunnen oordelen dat de claim onte-
recht was. Dat de speler van F-Pion niet de dame wil spelen is terecht omdat de claim onterecht is.

Dat er geen aantekening is op het uitslagenbriefje (FSB art. 17.5), verwerp ik in dit geval, omdat er geen FSB-competitiereglement aanwezig was en de wedstrijdleider per email aangaf dat F-Pion bezwaar aantekende tegen een uitslag van 4 - 4, hetgeen gelijk is als een schriftelijke aantekening.


Conclusie

Ik wijs het protest van F-Pion toe. Op basis van FIDE reglement 12.6, onte-
rechte claim. Tevens is art. 13.3 van toepassing. De wedstrijdleider, of zijn vervanger (door de wedstrijdleider aangesteld), had deze partij, die in tijd-
nood verkeerde, scherper in de gaten moeten houden.

Bij een onterechte claim, zoals in dit geval, had de wedstrijdleider een straf conform FIDE art. 13 kunnen toepassen. De uitslag van de partij wordt ver-
anderd van 1 - 0 in 0 - 1 (reglementair, hetgeen geen invloed op de ELO heeft). De uitslag van de wedstrijd wordt veranderd van 4 - 4 in 3 - 5.

Hoogachtend,
Peter Brouwer
Competitieleider FSB'


top  


12. Beslissing van de commissie van beroep van de FSB

'Beslissing

van de commissie van beroep van de Friese schaakbond
in het geschil tussen

Schaakclub Heerenveen te Heerenveen
en
Schaakvereniging F-Pion te Harlingen.

De commissie van beroep heeft kennis genomen van de navolgende stukken:
  1. De uitspraak van de competitieleider van de FSB d.d. 10 november 2009.
  2. Een schrijven van de wedstrijdleider aan de competitieleider d.d. 6 november 2009.
  3. Het protest van de teamcaptain van F-Pion, d.d. 7 november 2009 met als bijlagen.
    - een schrijven van een speler van F-Pion aan de competitieleider
    - een verslag van een speler van F-Pion aan de competitieleider.
  4. Een schrijven van de speler van Heerenveen aan de competitieleider d.d. 11 november 200.
  5. Het beroepschrift van Heerenveen d.d. 23 november 2009 met als bijlage het vorenbedoelde schrijven van de speler van Heerenveen aan de competitieleider.
  6. Een aanvullend schrijven van Heerenveen d.d. 23 november 2009.
  7. Het verweerschrift van F-Pion d.d. 14 december 2009.
  8. Een nadere reactie van Heerenveen d.d. 26 december 2009.
  9. Een nadere reactie van F-Pion d.d. 20 januari 2010 met als bijlagen uittreksels van de competitiereglementen van diverse verenigingen.
  10. Een nader standpunt van de competitieleider d.d. 17 januari 2010.

De commissie overweegt als volgt:

          Omtrent de feiten
  1. Op 2 november 2009 is te Heerenveen in de Promotieklasse van de FSB gespeeld de wedstrijd Heerenveen 1 - F-Pion 1.

  2. Aan het vierde bord is gespeeld de partij tussen de speler van Hee-
    renveen met wit en de speler van F-Pion met zwart.

  3. Tegen het tijdstip van de eerste tijdcontrole (35 zetten binnen 1. 3/4 uur zijn bij deze partij verwikkelingen gerezen welke als volgt zijn te omschrijven.

  4. Terwijl de speler van Heerenveen, die aan zet was, nadacht over het uitvoeren van zijn 27e zet, werd door de speler van F-Pion onder het uitspreken van de mededeling 'j'adoube' zijn dame op f7 aangeraakt.

  5. Nadat de speler van Heerenveen 27 Pd5 had gespeeld werd door de speler van F-Pion de zet 27. ... d6 uitgevoerd.

  6. De speler van Heerenveen maakte bezwaar tegen het uitvoeren van deze laatste zet en stelde zich op het standpunt dat de speler van F-Pion verplicht was om met zijn dame te spelen omdat hij dit stuk had aangeraakt. Toen de speler van F-Pion weigerde aan dit verzoek te voldoen, werd door de speler van Heerenveen de klok stilgezet en werd de kwestie ter beoordeling aan de wedstrijdleider, die in de tijdnoodfase niet bij het bord van de spelers aanwezig was, voorge-
    legd.

  7. De wedstrijdleider, die niet op de hoogte was van een regel omtrent het verplicht spelen met een door de niet aan zijnde speler aange-
    raakt stuk, heeft er vervolgens bij de speler van F-Pion op aange-
    drongen om, na daartoe advies bij de teamleider van Heerenveen ingewonnen te hebben, conform de claim van de speler van Heeren-
    veen met zijn dame een zet uit te voeren aan welk verzoek door de speler van F-Pion niet is voldaan.

  8. Vervolgens ontstonden er verwikkelingen tussen partijen met name omtrent de vraag of er een regel bestaat welke het standpunt van de speler van Heerenveen en de wedstrijdleider ondersteunde. Raad-
    pleging van de op dit punt geldende reglementen was niet mogelijk omdat noch een exemplaar van de FIDE-regels voor het Schaakspel noch het Competitiereglement van de FSB in de speelzaal aanwezig was.

  9. In de ontstane commotie is niet verder gespeeld. De wedstrijdleider verkeerde in onzekerheid of en zo ja, welke uitslag hij op het wed-
    strijdformulier moest invullen. Door de teamleider van F-Pion is in dit verband te kennen gegeven dat, ingeval op het wedstrijdformulier een winstpunt voor de speler van Heerenveen zou worden vermeld, hij uitdrukkelijk hiertegen bezwaar maakte. Aantekening van het protest op het wedstrijdformulier heeft niet plaatsgevonden omdat bij het verlaten van de speelzaal door de spelers van F-Pion omstreeks middernacht nog steeds geen uitslag van de partij tussen de speler van Heerenveen - de speler van F-Pion was vermeld.

  10. Nadien is het wedstrijdformulier bij de competitieleider ingediend met daarop de vermelding 1-0 in het voordeel van de speler van Heeren-
    veen bij een einduitslag van de wedstrijd van 4 - 4. Hierbij is door Heerenveen melding gemaakt van het protest van F-Pion.

  11. Bij e-mailbericht d.d. 7 november 2009 is door F-Pion protest aange-
    tekend op daartoe aangevoerde gronden tegen voormelde beslissing van de wedstrijdleider om de uitslag van de partij de speler van Hee-
    renveen - de speler van F-Pion op 1 - 0 vast te stellen. Daarbij is de competitieleider tevens verzocht om de uitslag van deze partij nader te bepalen op 1 - 0 in het voordeel van de speler van F-Pion.

  12. Na raadpleging van de daartoe toegezonden stukken heeft de com-
    petitieleider het protest van F-Pion toegewezen bij uitspraak d.d. 10 november 2009 waarbij is op te merken dat het toelichtende schrij-
    ven van de speler van Heerenveen de competitieleider na diens uit-
    spraak heeft bereikt.

  13. Bij beroepschrift d.d. 23 november 2009 heeft Heerenveen op gron-
    den als in het beroepschrift omschreven beroep ingesteld tegen voor-
    noemde uitspraak van de competitieleider en de commissie van be-
    roep verzocht om diens beslissing te vernietigen met verzoek tevens om aanvullende beslissingen te nemen als in het beroepschrift omschreven.

  14. Van de zijde van F-Pion is een verweerschrift ingediend waarna door partijen nadere reacties zijn ingezonden. De competitieleider heeft zijn beroepen beslissing gehandhaafd.


    top  


    Beoordeling

  15. Het beroep is tijdig binnen de in artikel 3, lid 3 van het FSB Competi-
    tiereglement genoemde termijn van 15 dagen schriftelijk ingesteld.

  16. Omtrent het verloop van de partij de speler van Heerenveen - de speler van F-Pion staat onbetwist vast dat de speler van F-Pion gedurende de bedenktijd van de speler van Heerenveen zijn dame heeft aangeraakt onder de mededeling 'j'adoube'.

  17. Omtrent het rechtzetten van stukken bepaalt artikel 4.2 van de FIDE-regels voor het Schaakspel:
    'Onder voorwaarde dat hij eerst zijn bedoeling daartoe kenbaar maakt (bijvoorbeeld door 'j'adoube' of 'ik zet recht' te zeggen) mag de aan zet zijnde speler een of meer stukken op hun velden recht zetten.'

  18. Voorts bepaalt artikel 4.3 van de FIDE-regels:'Als de aan zet zijnde speler, behoudens het in artikel 4.2 vermelde, opzettelijk op het schaakbord
    a. een of meer van zijn eigen stukken aanraakt, dan moet hij spelen met het eerst aangeraakte stuk dat kan worden verplaatst, of
    b. een of meer van de stukken van zijn tegenstander aanraakt, dan moet hij het eerst aangeraakte stuk slaan dat kan worden geslagen, of
    c. één stuk van elke kleur aanraakt, dan moet hij het stuk van zijn tegenstander met zijn eigen stuk slaan. Indien dit onreglementair is, dan moet hij het eerst aangeraakte stuk verplaatsen of slaan dat kan worden verplaatst of geslagen. Als het onduidelijk is of het eigen stuk van de speler of dat van zijn tegenstander het eerst was aangeraakt, wordt het eigen stuk van de speler beschouwd als te zijn aangeraakt vr dat van zijn tegenstander.'

  19. Naar het oordeel van de commissie zijn de onder 4.2 en 4.3 bedoelde regels uitsluitend van toepassing op de aan zet zijnde speler. Nu deze niet gelden, ook niet naar analogie, voor de niet aan zet zijnde speler kon de speler van F-Pion niet gedwongen worden om een zet met zijn dame te doen.

  20. Naast deze primair gestelde grondslag van zijn claim is door de spe-
    ler van Heerenveen aangevoerd:
    a. na het aanraken van zijn dame is de speler van F-Pion akkoord gegaan met mijn stelling dat hij zijn eerstvolgende zet met zijn dame moest uitvoeren;
    b. als de speler van F-Pion hiermee niet had ingestemd, dan had ik na het door hem aanraken van de dame direct de klok stilgezet en de wedstrijdleider er bij geroepen; ik had met dit laatste niet gewacht tot het moment waarop de speler van F-Pion zijn pion op d6 plaatste.

  21. De vorenbedoelde sub a vermelde afspraak is door de speler van F-Pion uitdrukkelijk betwist. Omdat omtrent het tot stand komen van deze afspraak geen onafhankelijke getuigen aanwezig zijn wordt de stelling van de speler van Heerenveen als zijnde onvoldoende bewe-
    zen verworpen.

  22. Met betrekking tot het sub b genoemde standpunt is door de speler van Heerenveen subsidiair aangevoerd dat hij door het aanraken van het stuk door de speler van F-Pion is gehinderd. Hierop diende een sanctie te volgen waarna de wedstrijdleider heeft bepaald dat de spe-
    ler van F-Pion met het aangeraakte stuk diende te spelen.

  23. Artikel 12.6 van de FIDE-regels bepaalt in dit verband:
    'Het is verboden de tegenstander, op welke wijze dan ook, af te lei-
    den of te hinderen. Hieronder vallen ook onredelijke claims of onre-
    delijke remisevoorstellen, of het maken van lawaai of het anderszins laten klinken van geluiden in het spelersgebied.'

  24. Naar het oordeel van de commissie dient het aanraken van een stuk - wel of niet onder de mededeling 'j'adoube' of een soortgelijke opmer-
    king - door de niet aan zet zijnde speler aangemerkt te worden als afleiden c.q. hinderen van de tegenstander als bedoeld in voormeld artikel 12.6 van de FIDE-regels. Dit laatste geldt te meer wanneer de tegenstander zoals in het onderhavige geval in tijdnood verkeert. Aldus is sprake geweest van afleiden c.q. hinderen van de speler van Heerenveen door de speler van F-Pion.

  25. Omtrent de overtreding van het bepaalde in artikel 12.6 van de FIDE-regels wordt in artikel 12.7 dwingend verwezen naar de in artikel 13.4 door de wedstrijdleider op te leggen sancties welke opsomming naar de mening van de commissie een limitatief karakter heeft .

  26. Onder de betreffende sancties wordt niet genoemd het opleggen van de verplichting om met het stuk te spelen dat door een niet aan zet zijnde speler is aangeraakt.

  27. Aldus moet de claim van de speler van Heerenveen om aan de speler van F-Pion de sanctie op te leggen om met het betreffende stuk te spelen wegens hinder als bedoeld in artikel 12.6 van de FIDE-regels van de hand worden gewezen als zijnde strijdig met het bepaalde in artikel 13.4.

  28. Naast het feit dat de betreffende claim onreglementair is kan deze ook als onredelijk worden aangemerkt gelet op de betrekkelijke ernst van de door de speler van F-Pion begane overtreding van de regels.

  29. De onjuiste en onredelijke claim van de speler van Heerenveen is te beschouwen als afleiden c.q. hinderen van de tegenstander als be-
    doeld in voormeld artikel 12.6 van de FIDE-regels.

  30. Ook de beslissing van de wedstrijdleider om de speler van F-Pion te bewegen om met het aangeraakte stuk te spelen moet op grond van het vorenstaande als onjuist en onredelijk beschouwd worden.

  31. De competitieleider heeft bij zijn beslissing op het protest van de F-Pion terecht opgemerkt dat de wedstrijdleider bij de door Heerenveen onterecht ingediende claim een straf conform artikel 13 van de FIDE-regels had kunnen opleggen.

  32. Van de zijde van F-Pion is in dit verband aangevoerd dat de speler van Heerenveen bij het stilzetten van de klok uitsluitend een claim wegens 'aanraken is zetten' heeft ingediend en niet tevens wegens hinder.

  33. Zoals hiervoor overwogen was de claim wegens 'aanraken is zetten' onjuist. De wedstrijdleider is door aarzelend optreden door onbe-
    kendheid met de regelgeving aan een beoordeling van een mogelijke claim wegens hinder niet toegekomen. Overigens acht de commissie de vraag of tevens een claim door de speler van Heerenveen is in-
    gediend wegens hinder minder relevant omdat vaststaat dat de wed-
    strijdleider geen beslissing op dit punt heeft genomen en zijn aan-
    dacht uitsluitend heeft gericht op de vraag of de speler van Heeren-
    veen verplicht was met het door hem aangeraakte stuk te spelen.

  34. Uit de stellingen van partijen komt voorts naar voren dat de klok na een lange onderbreking weer is aangezet maar onduidelijk is wan-
    neer. Van de zijde van F-Pion is aangevoerd dat bij het verlaten van de speelzeel door het team omstreeks middernacht de klok nog in dezelfde stand stond als bij het afbreken van de partij. Geen van de spelers van F-Pion heeft het weer aanzetten van de klok waargeno-
    men welke stelling niet, althans onvoldoende door Heerenveen is bestreden.

  35. Na het stilzetten van de klok is geruime tijd besteed aan het ophalen van de reglementen. Door Heerenveen is in dit verband aangevoerd dat niet alleen de thuisspelende club maar ook de bezoekende ver-
    eniging in het bezit van de reglementen dient te zijn. De commissie deelt op grond van de hieromtrent in de reglementen opgenomen bepalingen de mening van Heerenveen op dit punt niet.

  36. Omtrent de in de onderhavige zaak te nemen beslissing overweegt de commissie als volgt.
    Zowel de speler van F-Pion als de speler van Heerenveen heeft ge-
    handeld in strijd met het bepaalde in artikel 12.6 van de FIDE-regels. De wedstrijdleider heeft hierop niet adequaat gereageerd. Zijn beslis-
    sing dat de speler van F-Pion door tijdsoverschrijding heeft verloren kan op grond van het vorenstaande niet in stand blijven. De beslis-
    sing van de competitieleider om de partij voor de speler van Heeren-
    veen verloren te verklaren acht de commissie een te zware sanctie.

  37. Voor het bepalen van een uitslag in de onderhavige gestaakte partij ziet de commissie onvoldoende grondslag. De partij voortzetten in de afgebroken stand lijkt evenmin opportuun. Het vorenstaande brengt de commissie tot de beslissing dat de partij in zijn geheel dient te worden overgespeeld.
Beslissing

De commissie van beroep
  • herziet de beslissing van de wedstrijdleider om de partij voor de speler van F-Pion verloren te verklaren;

  • herziet de beslissing van de competitieleider om de partij voor de speler van Heerenveen verloren te verklaren;

  • bepaalt dat de partij tussen de speler van Heerenveen en de speler van F-Pion dient te worden overgespeeld op een door de competitieleider nader vast te stellen plaats en tijdstip;

  • bepaalt, voor zoveel nodig, dat de op 2 november 2009 tussen betrokkenen gespeelde partij niet in de ratingverwerking wordt opgenomen.

Aldus vastgesteld op 14 februari 2010.'


top  


13. Het herstelbesluit van de commissie van beroep

'Herstelbesluit

De commissie van beroep van de Friese Schaakbond

In aanmerking nemende

- dat op 2 november 2009 te Heerenveen in de promotieklasse van de Friese Schaakbond is gespeeld de wedstrijd Heerenveen 1 tegen F-Pion 1 (Harlin-
gen) waarbij aan het vierde bord is gespeeld de partij tussen een speler van Heerenveen met wit en een speler van F-Pion met zwart;

- dat bij beslissing d.d. 14 februari 2010 de commissie onder meer heeft bepaald dat de betreffende partij tussen de beide spelers dient te worden overgespeeld;

- dat evenwel bij deze beslissing geen acht is geslagen op het bepaalde in artikel 15, lid 3 van het Competitiereglement van de Friese Schaakbond:

'Het overspelen van partijen is niet toegestaan. De competitieleider kan hoogstens de uitslag van de partij ongeldig verklaren als daartoe voor hem redenen aanwezig zijn'.

- dat de commissie op grond van de betreffende bepaling aanleiding ziet om de beslissing d.d. 14 februari 2010, voor zover deze betrekking heeft op het overspelen van de partij, in te trekken en deze partij alsnog ongeldig te ver-
klaren met handhaving van de beslissing voor het overige;

Besluit

- de beslissing d.d. 14 februari 2010, voor zover daarbij is bepaald dat de partij tussen de beide spelers dient te worden overgespeeld, in te trekken;

- verklaart de uitslag van deze partij alsnog ongeldig;

- handhaaft de beslissing d.d. 14 februari 2010 voor het overige.

Aldus vastgesteld op 20 februari 2010.'


© 2010  Pieter de Groot

Wordt vervolgd.

top  

vorig artikel schaakrechtVORIGE | VOLGENDEvolgend artikel schaakrecht
HET OVERSPELEN VAN EEN PARTIJ
Deel 1  
Deel 2  
Deel 3  
Deel 4  

GERELATEERD ARTIKEL
Pieter de Groot:
Schaakrechtsvraag van oktober 2004.

Lees verder  


WILT U REAGEREN?
Pieter de Groot stelt een inhoudelijk reactie op de schaakrechtartikelen zeer op prijs. Natuurlijk kunt u ook vragen stellen over de behandelde onderwerpen.

mailPieter de Groot