HOME     SCHAAKRECHT     PIETER DE GROOT
DE ONTSPOORDE WIL BIJ EEN REMISEAANBOD
Wees voorzichtig met wat je vraagt, misschien krijg je het.
Tim Just

Een overzicht van de paragrafen:
1.   De wijnveiling in Trier
2.   Het California State Championschip 1969
3.   Wou je remise?
4.   De remiseovereenkomst bij grootmeesters
5.   Het ontstaan van een remiseovereenkomst
6.   Communicatiestoornis
7.   Remise als straf
8.   Het Moerkapelse remiseaanbod
9.   De beslissing van de competitieleider KNSB
10. Op die manier wil ik niet meer doorspelen
11. Kijk uit met handen schudden na een remiseaanbod
12. De conclusie


1. De wijnveiling in Trier

In het Duitse leerboek over het recht van Hermann Isay uit 1899 wordt de beroemde wijnveiling in Trier behandeld. Het gaat om iemand in een zaal waar wijn wordt geveild. Als de afslag aan de gang is ziet hij een bekende. Spontaan steekt hij zijn hand naar hem op als teken van groet. De veiling-
meester merkt het gebaar aan als een bieding en de koop is onmiddellijk gesloten. De groetende persoon protesteert.

De groetende persoon heeft zijn gedraging bedoeld als groet, niet als het doen van een bieding. Hij wil de koop niet. De veilingmeester heeft de ge-
draging als een bieding beschouwd. Is de koop gesloten?

Op Youtube staat een filmpje van Tele-jura van zes minuten. Het is een ge-
moderniseerde scène van de wijnveiling in Trier. Aan de hand van het Duitse recht wordt de zaak uitgelegd.
Bekijk het filmpje  


2. Het California State Championschip 1969

California 1969. Bedacht moet worden dat de toenmalige USCF-regels gol-
den en niet de toenmalige FIDE-regels. In de Verenigde Staten van Amerika doen in februari 1969 elf spelers mee aan het kampioenschap van de staat California.

Uit het verslag in de Californische schaakkrant:

'De finale partij tussen Blohm en Ray Schutt uit Los Angelos duurde slechts een halve zet. Op dat moment had Blohm 4 - 1 en had slechts remise nodig om kampioen te worden. Schutt, met 3½ - 1½, zou moeten winnen om Blohm te kunnen verslaan. Remise in deze cruciale partij zou Schutt samen met George Kane op de tweede en derde plaats brengen. Een verliespartij zou voor Schutt zelfs nog erger zijn. Dan zou Kane tweede worden en Schutt en Julius Loftsson gezamenlijk derde en vierde.

Blohm, met de witte stukken, deed 1. e4. Schutt, in plaats van te reageren op het bord, ging voor een mondeling gambiet. Hij vroeg: 'David, are you playing for a draw? (speel jij voor remise?) Califorisch oud-jeugdkampioen Blohm, die duidelijk meer ervaring heeft met de schaakregels, claimde dat de vraag een remiseaanbod tot stand brengt, dat hij aanvaardde.
De scheidsrechter Charles Savery, wiens tussenkomst werd ingeroepen, besliste dat Blohm gelijk had en dat de partij remise was.

De regel geldt al voor ongeveer 30 jaren, en is gebaseerd op de theorie dat een speler niet het recht heeft zijn tegenstander naar zijn bedoelingen te vragen met vragen als 'speel je om te winnen?' of 'speel je voor remise?' Elke opmerking van dien aard wordt uitgelegd als een remiseaanbod.

Aan de andere kant moeten spelers begrijpen dat beslissingen in een schaakpartij moeten worden beslist op het bord, en niet door de kleine lettertjes van de regels ('technicalities'). Het zou de reputatie van Blohm hebben goedgedaan door verder te spelen in plaats van voordeel te trekken uit een vraagstelling die voor Schutt geen enkele diepere betekenis had.

We weten dat er in feite nog een zet is gedaan. Schutt deed een zet nadat de beslissing was genomen, met als bedoeling te protesteren (de zet was 1. ... e6). Vervolgens protesteerde Schutt bij de president van de Californische schaakbond, Isaac Kashdan, met kopieën van zijn brief aan de dagelijkse directeur van de Amerikaanse schaakbond, Ed Edmondson, aan Gordon S. Barret, die voorzitter is van de zuidelijke afdeling van de toernooi commissie van de Californische schaakbond, aan de voorzitter van de noordelijke afde-
ling van die toernooicommissie en aan de uitgever van de Californische Schaak Krant, en naar de spelers van het toernooi. Het bezwaar is afgewe-
zen.

Niet alle vier afdelingen van de Californische schaakbond steunden de scheidsrechter, Charles Savery. Gordon Barrett schreef in Terrachess dat het remiseaanbod niet overeenkomstig de schaakregels is gedaan, vooral omdat Schutt geen zet heeft gedaan en volgens de schaakregels het nood-
zakelijk is eerst een zet te doen om dan remise aan te bieden.

Col Edmondson schreef dat het remiseaanbod helemaal in strijd is met de schaakregels, omdat een van de spelers geen zet heeft gedaan.

Volgens de Californische schaakkrant zijn de schaakregels over het remise aanbieden in dit geval niet van toepassing. Integendeel, de regels beschrij-
ven de bevoegdheden en de plichten van de scheidsrechter,' aldus de Cali-
fornische schaakkrant.

De zwartspeler heeft geen remiseaanbod willen doen. Hij wilde weten wat de inzet van zijn tegenstander was in de partij, of hij voor winst of voor remise speelde. De witspeler heeft de uitlating van de zwartspeler als een remise-
aanbod ge´nterpreteerd. De vraag rijst: heeft zwart een remiseaanbod ge-
daan?


top  


3. Wou je remise?

Op een scholentoernooi wijst een speler een remiseaanbod af. Als hij name-
lijk de partij wint komt hij in aanmerking voor een individuele prijs en bo-
vendien heeft zijn schoolteam het punt hard nodig om ook in de prijzen te vallen.

Vijf zetten later slaat de speler de dame van de tegenstander. Vervolgens zegt hij, pratend in zichzelf, zonder zijn tegenstander aan te kijken, op een spottende manier 'wou je remise?' en grijnst daarover. Zijn tegenstander antwoordt onmiddellijk: 'Ja.' Er ontstaat een geschil. De scheidsrechter komt tussenbeide.

De bedoeling van de speler was sarcastisch te reageren op een eerder remi-
seaanbod. Hij heeft geen remiseaanbod willen doen. De tegenstander heeft de woorden als een remiseaanbod ge´nterpreteerd. De vraag rijst: heeft de speler een remiseaanbod gedaan?


4. De remiseovereenkomst bij grootmeesters

Op topniveau komen remiseovereenkomsten op een andere manier tot stand. Hierna geef ik daarvan twee voorbeelden.

Na afloop van het Corus-toernooi 2003 interviewde Jan de Zeeuw de hoofd-
scheidsrechter Thom van Beekum. Thom geeft het verschil aan tussen ama-
teur schakers en topschakers bij het aanbieden van remise.
Lees het interview  

'De praktijk wijst uit dat de spelers het prettig vinden dat je onzichtbaar bent. Eigenlijk regelen ze de zaken het liefste zelf. Zeker op dit niveau. Die grootmeesters kijken elkaar even aan als het zover is, ze knikken, en dan is het remise. Dat laten ze niet aan een scheidsrechter over, want wie weet doet-ie het dan wel fout. De meeste collega's denken er ook zo over, al zijn er enkelen die zich wat prominenter profileren.'

'Het is iets heel anders dan wat een voetbalscheidsrechter doet. En het is ook iets heel anders dan het leiden van een wedstrijd in de derde of vierde klasse van de onderbond. Dat is veel lastiger, daar word je veel meer met schaaktechnische problemen geconfronteerd. Onreglementaire zetten, drie keer dezelfde stelling, dat soort zaken,' aldus Thom van Beekum.

Zaterdag 27 januari 2007. Uit het verslag van Peter Doggers op ChessVibes: Update 18.10 'De remise tussen Topalov en Kramnik kwam op volstrekt bi-
zarre wijze tot stand. Na zet 44 was het duidelijk dat de stelling potremise was. Wat zou er gebeuren? In een overvolle speelzaal werden honderden toeschouwers minutenlang in spanning gehouden. Topalov dacht na, Kram-
nik liep rond. Wie zou het eerst de handdoek in de ring werpen?

Er werd een stel paarden geruild. Kramnik keek een seconde lang op. Topa-
lov knikte. Kramnik pakte zijn notatieformulier en zette een handtekening. Terwijl de wedstrijdleider de koningen in het midden van het bord neerzette, werden notatieformulieren ondertekend. Kramnik verliet direct het pand, Topalov werd door een legertje journalisten opgevangen. Hij beantwoordde wat vragen (waarvan spoedig beelden), toen verliet ook hij, Met Cheparinov maar zonder Danailov, de Moriaan. Een historisch moment!'


top  


5. Het ontstaan van een remiseovereenkomst

Een remiseovereenkomst komt tot stand door
1. het doen van een remiseaanbod en
2. de aanvaarding daarvan.
Zie ook: Het remiseaanbod  

Een aanbod is een voorstel dat alle noodzakelijke elementen bevat voor het tot stand komen van een remiseovereenkomst.

Een aanvaarding bestaat uit de verklaring van de tegenstander dat hij of zij het gedane aanbod aanvaardt.

De noodzakelijke elementen voor een remiseaanbod zijn:
- een remiseaanbod is een onherroepelijk aanbod
- een speler kan het aanbod niet intrekken
- een speler kan geen voorwaarden verbinden aan het aanbod.

Stel, iemand zegt: 'Ik bied remise aan ... grapje.' Nu staat in artikel 9.1 van de FIDE-regels dat geen voorwaarden kunnen worden verbonden aan een remiseaanbod. Het woord 'grapje' kan dus worden geschrapt. En dat is maar goed ook, want wat te doen als iemand al of niet lachend een stuk vastpakt, het loslaat en zegt: 'Grapje' en vervolgens een ander stuk verplaatst. Ook kan een remiseaanbod niet worden ingetrokken. Eens gezegd, blijft altijd. Het schaakrecht kan niet tegen een grapje.
Zie ook: Kan het schaakrecht tegen een grapje?  

De speler: 'Wil je remise?
De tegenstander: 'Ja, ik neem dat aan.'
De speler: 'Nee, ik bood geen remise aan. Ik vroeg je wat je wilde.'
De speler is gebonden aan zijn aanbod. Tegen domheid bestaat geen verdediging.

Zo past de regel van 'het remiseaanbod' in het stelsel van het schaakrecht waar de strikte regel geldt van 'aanraken is zetten'. In de FIDE-regels staat nergens dat rekening wordt gehouden met de bedoeling van een speler, ook niet bij aanraken is zetten.


6. Communicatiestoornis

Woorden zijn niet altijd duidelijk. 'Woorden bestaan niet louter op zichzelf, maar ontlenen hun betekenis, kleur en lading goeddeels aan de omstandig-
heden waaronder, het verband waarin en de wijze waarop zij worden ge-
sproken,' aldus mr. Dries van Agt die van 1971 tot 1977 minister van Justitie was, en van 1977 tot 1982 minister-president, uit: Van Agt Biografie, blz. 90.

Voor een remiseovereenkomst moet zoals dat heet 'wilsovereenstemming' bestaan. De speler moet remise willen, en de tegenstander moet dat ook willen. Indien de beide willen overeenkomen is er een remiseovereenkomst.




Soms lopen bij een persoon 'wil' en 'verklaring' uiteen. De spreker zegt iets of doet iets terwijl hij dat niet bedoelt. Dan gaat het om een zgn. ontspoorde wilsverklaring. De wijnveiling in Trier is daar een voorbeeld van.

Zo ontstaat miscommunicatie. De verklaring wordt als wilsuiting begrepen, terwijl de spreker die niet zo had bedoeld. In ons spraakgebruik komt zoiets wel vaker voor. Dan ontstaan er oeverloze discussies.

Algemeen in het recht is in Europa aanvaard dat onder bepaalde omstandig-
heden de tegenstander wordt beschermd als de wil voor een remiseover-
eenkomst bij de spreker ontbreekt. In Nederland is dat artikel 3:35 van het Burgerlijk Wetboek dat luidt: 'Tegen hem die eens anders verklaring of ge-
draging, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstan-
digheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft opgevat als een door die ander tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking, kan geen beroep worden gedaan op het ontbreken van een met deze verklaring over-
eenstemmende wil.'

In Duitsland formuleert men het aldus: 'Ondanks het ontbreken van een bewustzijnsverklaring (de wens tot het aangaan van een remiseovereen-
komst), is er sprake van een wilsverklaring, wanneer de verklarende partij bij het toepassen van de in het verkeer vereiste zorgvuldigheid had moeten begrijpen en had kunnen vermijden dat zijn uiting volgens de vaste ver-
keersopvattingen als wilsverklaring mocht worden opgevat, en wanneer de ontvangende partij deze uiting ook daadwerkelijk op die manier heeft be-
grepen.'

Het komt erop neer dat het opgewekt vertrouwen van de tegenstander wordt gehonoreerd. Of zoals de Duitse veilingmeester in het filmpje uitroept: 'En denkt er dan niemand aan mij? Ik kan toch geen gedachten lezen?!'

De schijn van wil die de remise aanbiedende speler heeft opgewekt bij zijn tegenstander mag de tegenstander in beginsel gelijk stellen met de werkelijk bestaande wil. Ook al was de wil bij de speler niet aanwezig, of ook al komt die wil niet overeen met de bedoelding die de tegenstander daaraan toekent.

Echter, deze regel wordt niet klakkeloos uitgevoerd. Het vertrouwen van de tegenstander moet gerechtvaardigd zijn. Gerechtvaardigd vertrouwen ver-
eist 'het verbod het schaakspel in diskrediet te brengen' als bedoeld in arti-
kel 12.1 van de FIDE-regels. Zodoende is artikel 12.1 het criterium voor de beoordeling of de tegenstander de uitlating inderdaad voor werkelijkheid had mogen houden. Of dat zo is, hangt af van de omstandigheden van het geval.

Ik denk dat de Duitse formule voor de schaakwereld duidelijker is dan de Nederlandse. Het begrip 'in het verkeer vereiste zorgvuldigheid' is hetzelfde als de Nederlandse omschrijving 'overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen'. Het gaat dus om de zorgvuldigheid die tijdens een schaakpartij moet worden betracht. Iemand moet na bijvoorbeeld anderhalf uur zwijgen niet het woord 'remise' of een woord van gelijke strekking in de mond nemen als hij geen remise wil. Doet hij dat wel komt het voor zijn eigen rekening en risico dat de tegenstander zijn uitlating als een remiseaanbod heeft opgevat.

In een volgend artikel zal ik een zaak bespreken die zich heeft voorgedaan op een jeugdwereldkampioenschap. Het gaat om een speler die remise claimt wegens driemaal dezelfde stelling. De scheidsrechter honoreert de claim. De tegenstander zegt niets, ondertekent de notatieformulieren niet, pakt zijn notatieformulier, en verlaat de speelruimte. Dan rijst de vraag of de scheidsrechter en de speler redelijkerwijs mogen aannemen dat de tegenstander zich verenigt met de beslissing. En of daardoor de beslissing onaantastbaar is. Overigens, kan de tegenstander een kwartier later nog bezwaar aantekenen?


top  


7. Remise als straf

Rechtsstelsels verschillen per land. Want recht is een product van een sa-
menleving, en een voorwaarde voor een samenleving. Daarom kunnen mensen uit verschillende landen de FIDE-regels ook op verschillende manie-
ren interpreteren. Ze lezen namelijk de FIDE-regels met hun eigen waarden en normen. Dit komt bij internationale bijeenkomsten over recht vaak aan het licht. De sprekers praten soms een lange tijd langs elkaar heen omdat zij verschillende interpretaties geven van begrippen.

Zo komen sommigen in Amerika op een forum via een andere weg tot een-
zelfde uitkomst. Zij stellen dat de betrokken speler geen remiseaanbod heeft gedaan. Echter, omdat de speler jegens de tegenstander 'poor sportsman-
ship' heeft getoond, moet de speler worden gestraft. Dat kan op grond van artikel 20A van de USCF-rules, dat gaat over het gedrag van de spelers. Volgens dat artikel moeten spelers zich gedragen overeenkomstig 'the spirit of fair play' en 'good sportmanship', en ze moeten de USCF Code of Ethics naleven. Dat artikel komt overeen met artikel 12.1 van de FIDE-regels, het verbod het schaakspel in diskrediet brengen.

In feite komt deze gedachte overeen met de leer van het opgewekte ver-
trouwen zoals wij die kennen in Nederland, Duitsland, Rusland en vast in veel andere Europese landen. En misschien bestaat de regel ook wel in Amerika, stel ik me zo voor.

Het bijzondere is dat de strafmogelijkheden op grond van de USCF-rules ruimer zijn dan die op grond van artikel 13.4 van de FIDE-regels. Op grond van de USCF-rules kan een speler gestraft worden door de partij remise te verklaren. Artikel 13.4 van de FIDE-regels kent die mogelijkheid niet.


8. Het Moerkapelse remiseaanbod

In Moerkapelle komen op 8 maart 2008 tijdens een KNSB-wedstrijd twee spelers remise overeen. Voor een speler op een bord er naast is dat aan-
leiding tegen zijn tegenstander iets te zeggen. Volgens de tegenstander heeft de speler gezegd: 'Nou, dan kunnen wij ook remise maken?!' en kort daarna: 'Grapje'. Maar volgens de speler heeft hij gezegd: 'Nou dan kunnen we wel remise doen ... grapje'. Na enig nadenken aanvaardt de tegenstan-
der het remiseaanbod.

Echter, de speler ontkent dat hij een remiseaanbod heeft gedaan. Het gaat namelijk om een verklaring die niet is bedoeld als een remiseaanbod. Op de gang, buiten de speelzaal zijn de beide spelers en de scheidsrechter een lange tijd in een discussie verwikkeld. De scheidsrechter beslist dat geen remiseaanbod is gedaan. De tegenstander tekent bezwaar aan bij de com-
petitieleider. Hij weigert verder te spelen en verliest wegens tijdsoverschrij-
ding. Zie de reacties op utrechtschaak KNSB ronde 7, 9 maart 2008, vanaf 14.18 uur.

De speler heeft schertsend gereageerd op een situatie die zich heeft voor-
gedaan naast hun partij. De tegenstander heeft de opmerking als een remi-
seaanbod ge´nterpreteerd.

De vraag rijst: is er een remiseaanbod gedaan? Daarover heeft de compe-
titieleider een uitspraak gedaan.


9. De beslissing van de competitieleider KNSB

Uitspraak competitieleider inzake Moerkapelle - Schaakcombinatie HTV.

'Over het protest van Schaakcombinatie HTV tegen de beslissing van de wedstrijdleider om de partij aan het derde bord van de wedstrijd Moerka-
pelle 1 - Schaakcombinatie HTV 1 (in de zevende ronde van de 3e klasse E) door te laten spelen, wil ik het volgende opmerken:

Ik heb kennis genomen van:
1. Het protest van de heer S. Pauw, teamleider van SHTV 1.
2. Een toelichting van de heer J. van Elteren, de betrokken speler van Moerkapelle 1.
3. Een toelichting van de heer G. van Meeteren, de wedstrijdleider.

Het betreft de partij op bord 3 tussen W. van Zanten (SHTV) met wit en J. van Elteren (Moerkapelle) met zwart. Over het verloop van de belangrijkste gebeurtenissen zijn niet veel meningsverschillen: Op bord 2 wordt besloten tot remise en op bord 3 gebeurt daarop het volgende:

- Volgens SHTV zegt J. van Elteren:
"Nou, dan kunnen wij ook remise maken?!" en kort daarna: "grapje".
- Volgens J. van Elteren zelf zegt hij:
"Nou dan kunnen we wel remise doen ... grapje".

Na enige tijd nadenken neemt de witspeler het remiseaanbod aan, zegt de zwartspeler dat hij nooit remise heeft aangeboden, dat het een grapje was en laat de wedstrijdleider de partij doorspelen. De witspeler zet niet meer en de zwartspeler wint op tijd.

Overwegingen:
Er staat niet in de FIDE-regels beschreven wat je precies moet zeggen bij het aanbieden van remise. Je moet dus goed uitkijken wat je zegt. Ik be-
schouw het eerste deel van de eerder genoemde twee citaten beide als een remiseaanbod en vind derhalve dat er sprake is van een geldig remiseaan-
bod. Verder zegt artikel 9.1.a van de FIDE-regels dat een remiseaanbod niet kan worden ingetrokken en van kracht blijft totdat de tegenstander het aan-
neemt, het mondeling afwijst, het afwijst door een stuk aan te raken met de bedoeling er een zet mee te doen of het te slaan, of de partij op een andere wijze is beëindigd. Met de tekst "grapje" probeert de zwartspeler het remi-
seaanbod in te trekken en dat kan volgens dit artikel niet.

Conclusie:
Ik wijs het protest van Schaakcombinatie HTV toe. De uitslag van de partij wordt veranderd van 0 - 1 in ½ - ½ en de uitslag van de wedstrijd wordt hierdoor 4 - 4.

Hoogachtend,
R. Bleeker
KNSB-competitieleider'


top  


10. Op die manier wil ik niet meer doorspelen

Wit: Sopsweps '29
Zwart: Oegstgeest '80
2e klasse KNSB 1 februari 2003
Johan Hut, Gooi- en Eemlander, 8 februari 2003
Zie ook: Het aanraken van één stuk van elke kleur  




Vervolg van het voorval genoemd in mijn artikel 'Het aanraken van één stuk van elke kleur' van de Sopsweps '29 - Oegstgeest '80.

Johan Hut: 'Teamgenoten van zwart vroegen zich intussen af waarover hij zich druk maakte. Hij stond gewoon verloren, de wedstrijd werd 4 - 4 en daarmee was Oegstgeest heel gelukkig.

Daarop kwam bij de zwartspeler het hoge woord eruit: de witspeler had tijdens de partij gehoest, gekucht, geslurpt en geburpt. Tja, dat zet Df4 wel in een ander daglicht. Toen de wedstrijdleider voet bij stuk hield en de partij met Df4 wilde laten voortzetten, zei zwart: "Op die manier wil ik niet meer doorspelen." Geen probleem, vond de wedstrijdleider, en hij pakte de klok op en wees wit het punt toe.

Enkele minuten later, toen zwart van de eerste schrik was bekomen, vond hij een nieuw punt: 'Ik heb de partij niet opgegeven, ik zei alleen maar dat ik zo niet wilde doorspelen.' Het ontlokte zelfs bij zijn teamgenoten een ho-
merisch gelach,' aldus verslag Hut.

Als het is gebeurd zoals Hut beschrijft, vind ik de beslissing van de scheid-
srechter om de partij verloren te verklaren onjuist. De uitlating 'op die ma-
nier wil ik niet verder doorspelen' had de scheidsrechter niet letterlijk mogen nemen.

Het is te vergelijken met een werknemer die in een geschil met zijn werkge-
ver uitroept: 'Als het zo moet neem ik ontslag.' Het is vaste jurisprudentie dat een werkgever dit soort uitlatingen niet letterlijk mag nemen. Ze zijn gedaan in een emotionele opwelling. De wil komt niet overeen met de ver-klaring en dat had de werkgever kunnen begrijpen.

De scheidsrechter had moeten begrijpen dat de uitlating in de gegeven om-
standigheden een emotionele reactie was, en dat de opzet om de partij te beŰindigen afwezig was. Als de speler tot rust was gekomen zou hij wat anders hebben gezegd. De scheidsrechter had dan ook de speler moeten vragen: 'Meent u echt dat u niet meer wilt doorspelen? Ik wijs u erop dat het gevolg is dat u de partij verliest omdat dat gelijk staat aan opgeven. Denkt u er nog even rustig over na.' De scheidsrechter had de spelers even tot rust moeten laten komen voordat hij besliste. Nu deed de scheidsrechter precies hetzelfde als de speler die claimde bij het per ongeluk aanraken is zetten.


top  


11. Kijk uit met handen schudden na een remiseaanbod

Op een toernooi verschijnt een speler vijf minuten te laat bij de vijfde ronde. Hij schrikt als hij ziet wie zijn tegenstander is, want die heeft tot nu toe een score van 4 - 0. Hij biedt onmiddellijk remise aan. Beleefd zegt de tegen-
stander: 'Nee'. Daarop steekt de speler zijn hand uit. De tegenstander wei-
gert deze te schudden, omdat hij vreest dat het aanvaarden van de hand-
druk beschouwd zal worden als het aanvaarden van de remiseovereen-
komst.

De zaak Bruno Carlier-Ton Timman, (Volmac-Desisco) 1981, Schakend Nederland 1981, blz. 44. Timman zegt in opperste tijdnood: 'We hebben nu wel 40 zetten gedaan?' Tegenstander Carlier interpreteert iedere opmerking als een remiseaanbod, omdat er verder niet gesproken mag worden. 'O.K., remise,' zegt hij en schudt handen. Zie voor commentaar Hans Fiolet, SN 1981, blz. 92 en Wouter Simonis, SN 1981, blz. 122.


12. De conclusie

Als iemand remise wil aanbieden ('de zender' van de boodschap), formuleert hij duidelijk en verstaanbaar voor de tegenstander ('de ontvanger' van de boodschap): 'Ik bied remise aan.' Opdat de ander begrijpt wat de spreker bedoelt. Na het aanbod wacht de speler vervolgens rustig af. Hij be´nvloedt de tegenstander niet door alvast de hand uit te steken, of andere gebaren te maken. Heeft hij eenmaal een aanbod gedaan, kan hij dat niet intrekken, ook al heeft hij er spijt van.

Bij miscommunicatie bij een remiseaanbod moet de scheidsrechter zich niet blindstaren op de wil van de speler. De scheidsrechter moet kijken of het vertrouwen dat de speler heeft gewekt bij de tegenstander om een remise-
aanbod te doen, moet worden gehonoreerd. Dat vertrouwen moet wel zijn gerechtvaardigd. Daarvoor is bepalend artikel 12.1, het verbod het schaak-
spel in diskrediet te brengen. Dan gaat het om de zorgvuldigheid die in het schaakspel moet worden betracht.


© 2008  Pieter de Groot

top  

vorig artikel schaakrechtVORIGE | VOLGENDEvolgend artikel schaakrecht
GERELATEERDE ARTIKELEN
Artikelen van Pieter de Groot waarnaar wordt verwezen.

Het remiseaanbod  

Kan het schaakrecht tegen een grapje?  

Het aanraken van één stuk van elke kleur  

THOMAS VAN BEEKUM
Interview met Thomas van Beekum door Jan de Zeeuw.

Interview  

WILT U REAGEREN?
Pieter de Groot stelt een inhoudelijk reactie op de schaakrechtartikelen zeer op prijs. Natuurlijk kunt u ook vragen stellen over de behandelde onderwerpen.

mailPieter de Groot