HOME     SCHAAKRECHT     PIETER DE GROOT
DE RECHTSTAAT
Dit hoofdstuk bestaat uit de volgende paragrafen:

1.   Het dilemma
2.   Het besluit van de Ethische Commissie van de FIDE
3.   Rechtsbescherming tegen besluiten van het bestuur
4.   Het 75e FIDE-congres
5.   Geen aanbevelingen doen
6.   De klacht van de ACP over ongeregeldheden bij nominaties
      Wereld Cup 2007
7.   De machtenscheiding
8.   Het presidentieel prerogatief
9.   De 'afkeuring' van de commissie van beroep van de KNSB
10. Klacht/tuchtrecht


1. Het dilemma

'Wetten maken is gemakkelijker dan regeren,' meende Leo Tolstoj, Russisch schrijver 1828 - 1910, tevens schaker. En dat gaat ook op voor het maken van het Reglement voor de cyclus van het FIDE-wereldkampioenschap en het regeren van de FIDE en de Europese Schaakunie.



Tolstoj, links, speelt tegen zijn schoonzoon M. Sukhotin


In 2003 slaagt de Europese Schaakunie er niet in een kwalificatietoernooi voor het wereldkampioenschap 2003-2004 te organiseren. Geen enkele landelijke bond wil of kan zo'n toernooi organiseren. Als dat niet gebeurt, kunnen schakers uit Europa zich niet plaatsen voor deelname aan het we-
reldkampioenschap 2003-2004.

Het blijkt dat het wel mogelijk is het kampioenschap te organiseren indien
de organisator van het kwalificatietoernooi en de organiserende bond elk één schaker mogen aanwijzen voor deelname aan het wereldkampioen-
schap. Echter, die mogelijkheid is in strijd met het Reglement voor de cy-
clus van het FIDE-wereldkampioenschap.

Vandaar dat de president en het bestuur van de Europese Schaakunie voor het volgende dilemma staan:
1. vasthouden aan het Reglement betekent geen kampioenschap
2. handelen in strijd met het Reglement betekent doorgang van het     kampioenschap.
Vraag: wat had u beslist als u verantwoordelijk bent?

De president en het bestuur van de Europese Schaakunie kiezen voor de tweede optie. De president van de FIDE keurt dit besluit goed.

Nu lukt het wel een kwalificatietoernooi te organiseren. Vervolgens wijzen de Europese schaakunie GM Baadur Jobava uit Georgië en IM Kivanc Hazneda-
roglu uit Turkije aan om deel te nemen aan het wereldkampioenschap.

Echter, bedacht moet worden dat de plaatsing van deze twee personen ten koste gaat van twee spelers die zich op grond van het Reglement voor de cyclus van het FIDE-wereldkampioenschap in de Europese Unie hebben ge-
kwalificeerd.

Wie dat zijn is nog onzeker, omdat Alexi Fedorov, Sergey Tiviakov, Ernesto Inarkiev en Andrei Istratescu op het Europese Kampioenschap met evenveel punten zijn geëindigd. In een tie-break moeten zij uitmaken welke twee spelers van hen in aanmerking komen voor een plaatsing voor het wereld-
kampioenschap. Zij weigeren te spelen, omdat zij menen alle vier te zijn geplaatst.

De Vereniging van Beroepsschakers dient een klacht in bij de Ethische Com-
missie van de FIDE.
Zie de klacht  

Hierna volgt de beslissing op de klacht.


top  


2. Het besluit van de Ethische Commissie van de FIDE

Het besluit van de Ethische Commissie van de FIDE.

Besluit op de klacht van
de Association of Chess Professionals, ACP
tegen
Boris Kutin, president van de Europese Schaakunie, en
het bestuur van de Europese Schaakunie.

Op 14 juni 2004 heeft de Vereniging van Beroepsschakers een klacht inge-
diend bij de Ethische Commissie van de FIDE over wat zij noemt onregel-
matigheden bij het aanwijzen van spelers aan deelname aan het Wereld-
kampioenschap 2003-2004.

In het bijzonder verklaren zij dat de president van de Europese Schaakunie, Boris Kutin, en het bestuur van de Europese Schaakunie in strijd met het Reglement voor de cyclus van het FIDE-wereldkampioenschap hebben ge-
handeld door de twee plaatsen van Europa toe te kennen aan GM Baadur Jobava uit Georgië, en IM Kivanc Haznedaroglu, uit Turkije.

De ACP wijst op de volgende regels:

3.2.1.2 Deelnemers.
De originele lijst zal bestaan uit 128 spelers met de volgende volgens het reglement aangewezen namen voor het Wereldkampioenschap (in afnemen-
de prioriteit):
  1. De Wereldkampioen, runner up en semi-finalisten van het Wereldkampioenschap van 2001 - 2002 (4 spelers)
  2. De Jeugdwereldkampioen van 2002 (1 speler)
  3. Twintig (20) spelers met de hoogste rating van het gemiddelde van de meest recente FIDE ratinglijsten van juli 2002 en januari 2003
  4. Negentig (90) spelers die zich kwalificeren uit Continentale en Zonale Kampioenschappen
  5. Negen (9) spelers die zijn aangewezen door de president van de FIDE
  6. Vier (4) spelers die zijn aangewezen door de Organisatoren.
De punten 5 en 6 maken duidelijk dat alleen de president van de FIDE en de organisatoren het recht hebben spelers aan te wijzen voor het kampioen-
schap. Alle anderen, met uitzondering van de punten 1, 2 en 3, moeten zich kwalificeren door het Continentale of Zonale Kampioenschap.

Volgens de Ethische Commissie zijn de regels over het deelnemen van de spelers aan het Wereldkampioenschap erg duidelijk. Het is ook duidelijk dat het bestuur van de Europese Schaakunie en de president van Europese Schaakunie hebben gehandeld in strijd met deze regels door spelers aan te wijzen voor het Wereldkampioenschap.

De heer Kutin verklaarde voor de Ethische Commissie: 'Op dat moment had ik met een groot probleem te maken hoe het Kampioenschap te organise-
ren. Er was geen enkele garantie voor geld van de FIDE en er waren even-
eens geen biedingen. Om mogelijke organisatoren te stimuleren heb ik be-
sloten (daarbij gesteund door het bestuur) een plaats te geven aan de orga-
niserende bond en een plaats aan de bond van de Zwarte Zee (in Adjaria, Georgië, waar de Europese Schaakunie vier grote toptoernooien heeft geor-
ganiseerd).'

Ook de president van de FIDE, Kirsan Ilyumzhinov, verklaart hetzelfde in een brief die is overhandigd aan de Ethische Commissie: 'Ik weet dat het bestuur van de Europese Schaakunie en u (Boris Kutin) persoonlijk onder kritiek zijn komen te staan door de beslissing twee van de kwalificatieplaat-
sen van het Continentaal Kampioenschap in Silivri, Turkije 2003, toe te kennen aan de organisator en aan de Bond van de Zwarte Zee. Ik ben het
in dit geval volledig met uw beslissing eens. Die beslissing was noodzakelijk om te proberen de organisatie van het Continentale Kampioenschap te verzekeren.'

Zowel de heer Kutin als de heer Ilyumzhinov verklaren hetzelfde: dat de genomen handelwijze slechts bedoeld was om de organisatoren te helpen, en dat deze genomen is in het belang van het schaken. De Ethische Com-
missie twijfelt niet aan de goede bedoelingen van de heer Kutin om de or-
ganisatoren te helpen, maar naar ons oordeel is zijn handelwijze en die van het bestuur van Europese Schaakunie onjuist.

Veel spelers hebben de indruk, of deze terecht is of niet, dat FIDE-officials handelen op een arbitraire manier door de regels te negeren. Dit heeft de FIDE bij deze spelers een groot wantrouwen gegeven. Om het vertrouwen weer te herwinnen is het noodzakelijk dat de FIDE zich houdt aan zijn regels ongeacht de omstandigheden. Daarom geeft de Ethische Commissie de president van de Europese Schaakunie en het bestuur van de Europese Schaakunie een waarschuwing voor hun handelwijze in deze zaak.

Een ongelukkig gevolg van de beslissing van het bestuur van de Europese Schaakunie en de president van de Europese Schaakunie is dat spelers die recht hadden op een plaats geen toestemming kregen te spelen. De groot-
meesters A. Fedorov, E. Inarkiev, A. Istratescu en S. Tiviakov eindigden alle vier op dezelfde plaats waarvan zij dachten dat deze recht zouden geven voor kwalificatie uit het Europese Continent. Alle vier weigerden een play-off te spelen en werden gediskwalificeerd.

Uiteindelijk, wegens terugtrekking, kregen Tiviakov en Inarkiev toestem-
ming om te spelen. Echter, Istratescu en Fedorov speelden niet hoewel zij zich gekwalificeerd hadden als de Europese Schaakunie twee plaatsen niet had weggegeven. Om deze onrechtvaardigheid recht te zetten, beveelt de Ethische Commissie de president van de FIDE aan twee van zijn negen be-
noemingen te geven aan deze twee spelers voor het komende Wereldkam-
pioenschap.

De Ethische Commissie
Voorzitter:
William Kelleher

Leden:
Nigel Freeman
Herman Hamers
George Howard

Het lid Dirk De Ridder heeft zich verschoond in deze zaak (dat wil zeggen dat hij zich onbevoegd heeft verklaard).


top  


3. Rechtsbescherming tegen besluiten van het bestuur

In Nederland kennen wij een systeem van rechtsbescherming tegen beslui-
ten
van de overheid. Besluiten van bijvoorbeeld van ministers, commissaris-
sen van de koningin, college van burgemeester en wethouders kunnen wor-
den getoetst.

Eerst moet de belanghebbende 'bezwaar' aantekenen bij het bestuursorgaan zelf. Tegen de beslissing op bezwaar kan beroep worden aangetekend bij de sector bestuursrecht van een rechtbank. En tegen die beslissing kan onder meer hoger beroep worden aangetekend bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Ook kan geklaagd worden over gedragingen van de overheid. Dat kan door eerst een klacht in te dienen bij het bestuursorgaan zelf. En als het bijvoor-
beeld gaat om ministers (zijn ambtenaren) en bepaalde gemeenten (de ambtenaren bij de gemeente) kan de klager tegen de beslissing op de klacht beroep aantekenen bij de Nationale ombudsman.

En tot slot zijn er nog de Tweede Kamer, de media, de universiteiten of be-
langengroeperingen die kritisch kijken naar het handelen van de overheid.

Want, ook de overheid moet zich houden aan de wet en ook de overheid moet zich behoorlijk gedragen. Zo gaat dat in een rechtsstaat.

In zijn column van 15 juni 2007 over 'De rechtsstaat' schrijft dr. Ernst Hirsch Ballin, minister van Justitie, het volgende:
'De kortste definitie van de rechtsstaat die ik ken -er zijn boeken over vol-
geschreven- is deze: een staat waarin de overheid zich houdt aan de regels. En de burger? Ook van hem wordt verwacht dat hij de regels naleeft. Zoiets lijkt vanzelfsprekend maar als burgers te weinig vertrouwen hebben in de rechtsstaat, zal de naleving onder de maat blijven. Met alle gevolgen van dien,' aldus Hirsch Ballin.

De raad voor de rechtspraak formuleert het aldus: 'Nederland is een vrij land. Iedereen mag doen wat hij wil, mits hij zich maar aan de regels houdt. Nederland is ook een democratische rechtsstaat. Democratisch, omdat de burgers kiezen wie het land regeert. Een rechtsstaat, omdat iedereen zich aan het Nederlandse recht moet houden, zowel de burgers als de overheid. Dit staat in de Grondwet,' aldus de raad.

We vinden het heel normaal dat de overheid aan de regels is onderworpen. En we kunnen ons niet voorstellen dat er ooit een tijd is geweest dat dit niet kon. Maar die tijd is er wel geweest. Pas rond 1900 werd gevonden dat de rechter besluiten van de overheid kan toetsen.

In niet-democratische landen ligt het nog steeds gevoelig om besluiten van de overheid te toetsen. Men moet echt niet denken dat in Kalmukkië men de moed heeft een besluit van de president te bekritiseren. Dat kan men maar beter niet doen.

Het is dan ook prachtig dat er in de schaakwereld een systeem bestaat dat besluiten van bestuurders kunnen worden getoetst. Een voorbeeld daarvan is de Ethische Commissie die de beslissing van de president en het bestuur van de Europese Schaakunie toetst. En, natuurlijk heeft de Ethische Com-
missie groot gelijk te overwegen dat ook de president en het bestuur van
de Europese schaakunie zich moeten houden aan de regels. De commissie verwoordt het op juiste wijze waarom de beslissing van de president en het bestuur onjuist is. Dat deel van de uitspraak is prima.

Want, een organisator en of een organiserende bond gaan over de schreef indien zij een plaats van een speler afdwingen in een kampioenschap. Het is een aantasting van het kenmerk van een Europees kampioenschap waar de beste spelers aan deel horen te nemen. Het ondermijnt het vertrouwen in de leiding van de schaakwereld. Een unie, een bond of een regionale bond ho-
ren voor zo'n eis niet te zwichten.

Het vervolg van de beslissing van de commissie is onjuist. In plaats van het zakelijk te houden, doet de commissie meer. Ze wrijft zout in de wonde van de president en het bestuur van de Europese Schaakunie. De commissie geeft 'de president en het bestuur van de Europese Schaakunie een waar-
schuwing voor hun handelwijze in deze zaak'. En dat had de commissie niet moeten doen.

Het is niet aan de commissie een waardeoordeel uit te spreken over be-
stuurders, of om aan hen een straf op te leggen. Dat is voorbehouden aan de politiek. Geen enkele rechter in Nederland zal als hij een besluit van een minister heeft vernietigd, of een wet onverbindend heeft verklaard, het volgende overwegen: 'de rechter geeft de minister, de Tweede Kamer, de Eerste Kamer en Hare Majesteit de Koningin een waarschuwing voor hun handelwijze in deze zaak'. Stel nu dat de president en het bestuur van de Europese Schaakunie een tweede keer zo handelen, wat dan? Welke straf moet de commissie dan opleggen? We zullen dan wel eens zien wat er ge-
beurt. Een tweede waarschuwing of een schorsing van de president en het bestuur van de Europese Schaakunie voor één jaar?

Neen, dat is voorbehouden aan de politiek. Zo kan de Tweede Kamer een minister naar de Kamer roepen voor uitleg, en kan via een motie van af-
keuring of een motie van wantrouwen de minister eventueel dwingen tot aftreden. En datzelfde kan een gemeenteraad doen met een wethouder. Maar, een rechter mag zoiets niet doen. En ook de Nationale ombudsman doet dat niet.

Nu de Ethische Commissie onnodig hard heeft uitgehaald naar de president en het bestuur van de Europese Schaakunie rijst de vraag hoe dit gaat af-
lopen. Donkere wolken pakken zich samen boven de Ethische Commissie als het 75e FIDE-congres wordt gehouden.


top  


4. Het 75e FIDE-congres

In Calvia, Mallorca, Spanje wordt op 28 oktober 2004 het 75e FIDE-congres gehouden. Onder meer wordt gesproken over het verslag van de Ethische Commissie van de FIDE, dat de voorzitter van die commissie, dr. William Kelleher uit Amerika, heeft opgesteld. Het Congres stelt de beslissing van de Ethische Commissie over de president en het bestuur van de Europese schaakunie ter discussie. En dan gaat het hard.
Zie volledige verslag  

Uit het verslag van het congres:

'De heer Kutin vestigde de aandacht van de delegatieleden op bijlage 25, de beslissing van de Ethische Commissie over de Europese Schaakunie en de Continentale president voor Europa. Hij zei dat de Ethische Commissie niet over deze zaak gaat. Hij voegde er aan toe dat hij een brief heeft van de president van de FIDE die de beslissing van de Europese Schaakunie volle-
dig ondersteunt en dat hij de volledige steun heeft van het bestuur van de Europese Schaakunie.

(...)

De heer Kelleher, (...) wat betreft het punt van de heer Kutin weet iedereen dat hij een hardwerkende organisator is en een uitstekende persoonlijkheid. Echter, gevonden werd dat de Europese Schaakunie en zijn president heb-
ben gehandeld in strijd met de Ethische Code. Naar het oordeel van de Ethi-
sche Commissie werden twee spelers het recht ontnomen om deel te nemen aan het wereldkampioenschap.

De heer Kutin vroeg of dit een juiste uitleg is en als dat zo is of dit betekent dat de president van de FIDE en het bestuur van de Europese Schaakunie het verkeerd hadden.

De heer Makropoulos deelde mee dat er een probleem bestaat tussen het bestuur van de Europese Schaakunie en de Ethische Commissie.

(...)

De heer Gelfer meende dat er spoedig opheldering moet komen omdat we nu een geval zien, dat belachelijk is omdat de Europese president een be-
stuurlijke beslissing heeft genomen. Hij is het eens met de heer Kutin dat dit niet een geval is voor de Ethische Commissie.

De heer Kelleher verklaarde dat als iemand handelt in strijd met de regels, het een geval is dat valt binnen de bevoegdheid van de Ethische Commissie.

De heer Sand was het niet helemaal eens met de heer Gelfer, en verklaarde dat we elke zaak afzonderlijk moeten bekijken. De president en het bestuur van de Europese Schaakunie hebben te goeder trouw gehandeld, maar heb-
ben toch gehandeld in strijd met de regels. Daarom moet de Ethische Com-
missie het geval onderzoeken, indien iemand dat vraagt. Echter, de Com-
missie had het geval kunnen oplossen zonder de president van de Europese Schaakunie te straffen omdat er geen bewijs was dat hij te kwader trouw had gehandeld. Echter, als zij had geconcludeerd dat de beslissing van de president en het bestuur van de Europese Schaakunie niet te goeder trouw was genomen, had zij het recht deze te bekritiseren.

De heer Makropoulos meende dat volgens hem de Ethische Commissie de algemene vergadering niet vraagt voorzieningen te treffen deze twee spe-
lers deel te laten nemen aan het volgende wereldkampioenschap.

De heer Kelleher zei dat dit wel de aanbeveling is.

De heer Makropoulos meende dat dit in strijd is met het comité van het we-
reldkampioenschap en met het reglement van de Europese Schaakunie. De heer Kelleher is het daar niet mee eens. De heer Makropoulos verklaart dat deze spelers niet aan het wereldkampioenschap hebben deelgenomen, om-
dat zij niet speelden in de tie-breaks. De Ethische Commissie probeert nu een precedent te scheppen voor de toekomst. De heer Makropoulos is het met zulke aanbevelingen niet eens.

De heer Gelfer stelde voor dat de Ethische Commissie geen aanbevelingen kan doen over het deelnemen aan het FIDE Wereldkampioenschap.

De heer Sand steunde het voorstel van de heer Gelfer.

De heer Kelleher, de heer Freeman en de heer Divinsky waren tegen.

De Algemene Vergadering keurde het verslag van de Ethische Commissie goed met de wijziging zoals voorgesteld door de heer Gelfer, dat de Ethische Commissie geen aanbevelingen kan doen over het deelnemen aan het FIDE wereldkampioenschap,' aldus het verslag van het congres van de FIDE.

Nathan Divinsky, zone president van Canada, Nigel Freeman, president van de Bermuda Schaakbond en tevens penningmeester van de FIDE, en dr. William Kelleher, voorzitter van de Ethische Commissie en tevens vicepre-
sident van de FIDE stemden dus tegen. De overigen, inclusief Nederland, stemden voor.


top  


5. Geen aanbevelingen doen

Uiteraard geeft het verslag van het Congres slechts een beperkte en wellicht onvolledige weergave van de discussie.

Als het Congres een wijziging had aangebracht in de bevoegdheid van de Ethische Commissie in die zin dat de commissie niet bevoegd is straffen uit te delen aan bestuursorganen zou dat uitstekend zijn geweest. Maar het Congres doet iets anders. Het Congres besluit dat de Ethische Commissie geen aanbevelingen mag doen in zaken over het wereldkampioenschap.

Ik zou menen dat dit betekent dat de Ethische Commissie wel bevoegd blijft om te oordelen over zaken die met het wereldkampioenschap te maken hebben. Zij mag slechts geen aanbevelingen doen.

Twee voorbeelden.

Het eerste voorbeeld gaat over Topalov. In de voorwaarden voor het her-
enigingskampioenschap Elista 2006 was bepaald dat de verliezer is uitge-
sloten van de huidige cyclus van het wereldkampioenschap. De opstellers van die voorwaarden konden niet voorzien dat Topalov de verliezer zou worden. Daarom werden er maatregelen getroffen om Topalov alsnog in de cyclus op te nemen.

Zodoende zijn de regels over de lopende cyclus van het wereldkampioen-
schap tijdens die cyclus herschreven. Wereldwijd volgt hoongelach; en de meesten voorspellen dat ook deze regel wel weer tussentijds wordt gewij-
zigd. De wijziging is een tamelijk ingewikkelde regel. De regel staat be-
schreven op ChessBase. Lees verder  

Het tweede voorbeeld. De president en het bestuur van de Europese Schaakunie lappen in 2007 voor de tweede maal het Reglement voor de cyclus van het FIDE-wereldkampioenschap aan hun laars, zie de volgende paragraaf.


6. De klacht van de ACP over ongeregeldheden bij nominaties
    Wereld Cup 2007


Aan: de presidentiële raad van de FIDE

Kopieën aan:
- de Ethische Commissie van de FIDE
- het bureau van de FIDE en
- de Europese Schaakunie.

10 september 2007

Geachte heer,

We schrijven u om u in te lichten over ongeoorloofdheden bij de nominaties voor spelers voor de Wereld Cup 2007.

Volgens het reglement voor de cyclus van het FIDE-wereldkampioenschap bedraagt het totale aantal spelers dat zich kan plaatsen uit het Europese Kampioenschap voor de Wereld Cup 46.

De ACP heeft de FIDE verschillende malen gevraagd de nieuwe reglementen openbaar te maken voordat met de lopende cyclus wordt begonnen. Al in februari 2006 stuurden we de FIDE ons voorstel voor een reglement. Om vervolgens deze te bespreken en deze zo spoedig mogelijk te publiceren, niet later dan het begin van het eerste kwalificatietoernooi voor de Wereld Cup 2007. Tijdens de officiële bijeenkomst tussen de ACP en de FIDE in Jekaterinenburg (maart 2006) werd ons meegedeeld dat nieuwe regels nog niet worden gepubliceerd. Bovendien werd ons verzekerd dat dit onder meer betekent dat het totale aantal kwalificaties voor het Wereld Cup 2007 voor Continentale Kampioenschappen ongewijzigd zou blijven.

Het komt voor ons als een grote verrassing dat volgens de lijst gepubliceerd op de FIDE website, slechts 45 spelers (in plaats van 46) zijn gekwalificeerd uit het Europese Kampioenschap. We zijn ons ervan bewust dat de Europese Schaakunie deze rommel heeft veroorzaakt, die besloot een plaats uit het Europese Kampioenschap te nemen en de Europese Kampioen onder de achttien van 2006 aan te wijzen. Deze beslissing is zeker met een goede be-
doeling genomen, vooral nu de Europese Schaakunie dit heeft aangekondigd voordat het Europese Kampioenschap onder de 18 begon. Echter, het moet duidelijk worden gezegd dat dit initiatief in strijd is met het reglement voor de cyclus van het FIDE-wereldkampioenschap, daar 46 kwalificaties uit Eu-
ropa uitsluitend mogen komen uit beide Continentale Kampioenschappen. Het reglement verziet niet in de mogelijkheid een speler aan te wijzen op grond van zijn resultaat in het Europese Kampioenschap onder de 18.

We willen u eraan herinneren dat in een nagenoeg identiek geval in 2004 de FIDE Ethische commissie oordeelde dat het ongeoorloofd is om geen spelers te benoemen (die zich wel hebben gekwalificeerd, PdeG) uit het Europese Kampioenschap en gaf het bestuur en president van de Europese Schaak-
unie een waarschuwing (zie paragraaf 2, PdeG). We zijn erg verbaasd dat de Europese Schaakunie opnieuw het Reglement negeert.

De reactie van de FIDE was zelfs nog verbazingwekkender. De ACP ver-
wachtte dat de FIDE de ongeoorloofde beslissing van de Europese Schaak-
unie zou vernietigen, die in strijd is met het Reglement voor de cyclus van het FIDE-wereldkampioenschap, en nog een speler uit het Europese Kampi-
oenschap 2007 zou benoemen. In plaats daarvan heeft de FIDE op 19 juli 2007, bijna drie maanden nadat het Europese Kampioenschap 2007 was afgelopen, een nieuw Reglement voor de cyclus van het FIDE-wereldkam-
pioenschap gepubliceerd.

Daarin verminderde de FIDE het totale aantal uit het Europese Kampioen-
schap tot 45. Zij vermeerderde op het zelfde moment het aantal benoemin-
gen door de president van de FIDE. Die maatregel werd duidelijk genomen om de ongeoorloofde beslissing van de Europese Schaakunie te verbergen en om de Europese Kampioen onder de 18 te kwalificeren als een benoeming door de president van de FIDE.

Echter, de handeling van de FIDE is eveneens ongeoorloofd, omdat de re-
gels tijdens een cyclus niet kunnen worden veranderd. Er bestaan veel voorstellen om het huidige systeem te wijzigen. Echter, die hebben alleen betrekking op toekomstige cycli, niet op de cyclus die aan de gang is en in ieder geval niet nadat de uitslagen van de kwalificatietoernooien bekend zijn.

Zo wordt een speler het slachtoffer van de ongeoorloofde beslissingen van de Europese Schaakunie en de FIDE als hij zich had gekwalificeerd voor de Wereld Cup 2007 als die regels zouden zijn gevolgd.

Niets is meer frustrerend voor spelers dan achter het schaakbord te voldoen aan alle voorwaarden die in de reglementen zijn vastgesteld, maar die in ieder geval teniet worden gedaan door bestuurlijke beslissingen van functio-
narissen. Daarom verzoekt de ACP u nog een speler te benoemen uit het Europese Kampioenschap 2007, zoals geregeld in de oorspronkelijke regle-
menten, die bekend werden gemaakt voordat het kwalificatietoernooi plaatsvond.

De Europese Schaakunie maakte nog een andere ernstige fout: drie spelers hadden zich door hun rating al gekwalificeerd voor de Wereld Cup 2007. Ze werden oorspronkelijk niet verwijderd van de lijst van de spelers die zich gekwalificeerd hadden voor het Europese Kampioenschap 2007. Daardoor werden de indelingen voor de tie-breaks onjuist samengesteld. Zoals we hebben begrepen heeft de FIDE deze fout inmiddels hersteld. Ze kwalifi-
ceerde drie spelers die werden toegevoegd uit het Europese Kampioenschap 2007, gebaseerd op de uitslagen na elf ronden, ondanks het feit dat zij hun tie-break partijen hadden verloren. Het is voor ons duidelijk, dat de 46ste speler moet worden geplaatst precies volgens dezelfde procedure.

De situatie wordt zelfs nog ingewikkelder, omdat de Europese Kampioen onder de 18 van 2006, GM Sergei Zhigalko, zich had gekwalificeerd voor de tie-breaks op het Europese Kampioenschap 2007, maar niet werd ingedeeld op grond van de eerdere, ongeoorloofde, beslissing van de Europese Schaakunie, die hem een plaats bezorgde in de Wereld Cup 2007.
Om deze reden verzoeken wij u GM Sergei Zhigalko te benoemen voor de Wereld Cup 2007 als een benoeming van de president van de FIDE.
Op grond van het Reglement voor de cyclus van het FIDE-wereldkampioen-
schap was hij niet gekwalificeerd voor de Wereld Cup 2007, toch werd hij verwijderd voor de tie-breaks (en verloor dus zijn kans om zich te kwalifi-
ceren) door een fout van de Europese Schaakunie.

Een kopie van deze e-mail sturen we naar de voorzitter van de Ethische Commissie van de FIDE om hem zo op het zelfde moment op de hoogte te stellen over deze ongeregeldheden. Echter, we hopen zeer dat de situatie spoedig wordt opgelost en dat het Reglement wordt gevolgd dat gold op het moment dat de cyclus begon. In dat geval is een officiële klacht van onze kant niet nodig.

Hoogachtend,

Bartlomiej Macieja
secretaris-generaal van de ACP
namens het bestuur van de ACP.'


top  


7. De machtenscheiding

In de meeste landen kent met het systeem van de machtenscheiding. Het systeem van de wetgevende, de besturende en de rechtsprekende macht, zie paragraaf 10 van Het handen schudden, deel 1. Lees verder  

'Politiek en bestuur dienen zich te onthouden van kritiek op rechterlijke oordelen. Alle overheidsmacht berust uiteindelijk op aanvaarding en gezag. De rechter moet daarbij zijn legitimatie vinden in de continu´teit van de rechtsorde en het feit dat regels nu eenmaal zo zijn afgesproken. In tijden van verandering is dat soms een nogal zwakke legitimatie. Die moet niet verder verzwakt worden, en zeker niet door wie zelf over de regels beslist; want zonder de rechter als drijfanker komt de aanvaarding en het gezag van politiek en bestuur zelf ook op losse schroeven te staan,' aldus de toenma-
lige minister van Justitie mr. Piet Hein Donner op de Parlementaire Trias-conferentie, Tweede Kamer, 27 januari 2006.

Omgekeerd geldt hetzelfde. Ook een rechter - en ook de Ethische Commis-
sie - moet zijn of haar grenzen kennen. De commissie had zich moeten ont-
houden van het geven van een waarschuwing. Nu zij dat niet deed gaf zij nodeloos te harde kritiek. En is het begrijpelijk dat de algemene vergadering de bevoegdheid van de Ethische Commissie wettelijk wil inperken. Die dis-
cussie in het congres ging echter ook weer te ver.


8. Het presidentieel prerogatief

De president van de FIDE heeft de bevoegdheid negen spelers aan te wijzen om deel te nemen aan de cyclus van het Wereldkampioenschap. Het lijkt wel op een presidentieel prerogatief. Te vergelijken met een koninklijk preroga-
tief (voorrecht), een uitvoeringsbevoegdheid van de koning, bijvoorbeeld de bevoegdheid van de koningin om gratie te verlenen of om geslachtsnaams-
wijziging toe te kennen.

In bijna alle landen is dat koninklijk prerogatief gebonden aan criteria voor het verlenen daarvan. Iedereen kan lezen onder welke voorwaarden gratie wordt toegekend, of geslachtsnaamswijziging wordt verleend.

Zo kan men zich ook afvragen of het nog wel van deze tijd is dat de presi-
dent van de FIDE een hoogstpersoonlijk recht heeft om schakers aan te wijzen die deel mogen nemen aan de cyclus van het wereldkampioenschap. Ik vind zoiets in een sportwereld onbegrijpelijk.


9. De 'afkeuring' van de commissie van beroep van de KNSB

Ook de commissie van beroep van de KNSB heeft de houding een enkele keer een scheidsrechter de les te willen lezen. Bijvoorbeeld de beslissing van 28 februari 2008: 'spreekt zijn afkeuring uit over het gedrag van de wedstrijdleider'. De kwalificatie 'afkeuring' heeft een heel andere klankkleur dan: een onjuiste gedraging. Zij is bovendien onnodig diskwalificerend richting de betrokken scheidsrechter.

Zo hoort een commissie zich niet uit te laten over een vrijwilliger.
De schaakwereld mag al blij zijn dat iemand zijn vrije zaterdagmiddag op-
offert voor anderen. Omdat de FIDE-regels veel te ingewikkeld zijn is er trouwens in Nederland geen enkele scheidsrechter die alleen juiste beslis-
singen neemt of heeft genomen. Alle scheidsrechters maken (veel) fouten.

De commissie van beroep van de KNSB had het zakelijk moeten houden.


10. Klacht/tuchtrecht

Een concept van dit artikel heb ik voorgelegd aan drs. Herman Hamers die van 2002 tot 2006 lid is geweest van de Ethische Commissie, en tevens oud-voorzitter van de KNSB. Voor zijn reactie ben ik hem erkentelijk.

Met de feiten in mijn artikel kon hij zich in het algemeen verenigen. Ik had 'the European Chess Union board' vertaald als 'de raad van de Europese Schaakunie', maar Hamers vond beter: het bestuur van de Europese Schaakunie. Die terminologie heb ik daarom overgenomen.

Hij gaf aan dat de Ethische Commissie een klachten/tuchtcommissie is. Op het moment van de uitspraak gaf het Reglement van de Ethische Commissie de commissie de bevoegdheid sancties op te leggen, inclusief waarschuwin-
gen. Tegen die straf kan een belanghebbende beroep aantekenen bij het Hof van Arbitrage voor Sport in Lausanne, Zwitserland. Dat is in andere zaken ook wel gebeurd, aldus Hamers.

De aanbevelingen van de Ethische Commissie zijn aanbevelingen aan de algemene vergadering van de FIDE (het congres). De Ethische Commissie mag ook over de cyclus van het Wereldkampioenschap aanbevelingen doen. Het is aan de algemene vergadering om die al of niet over te nemen, aldus Hamers.


© 2008  Pieter de Groot

top  

vorig artikel schaakrechtVORIGE | VOLGENDEvolgend artikel schaakrecht
WILT U REAGEREN?
Pieter de Groot stelt een inhoudelijk reactie op de schaakrechtartikelen zeer op prijs. Natuurlijk kunt u ook vragen stellen over de behandelde onderwerpen.

mailPieter de Groot